De Wegenverkeerswet (artikel 8.1) zegt het volgende: Het is een ieder verboden een voertuig te besturen of als bestuurder te doen besturen, terwijl hij verkeert onder zodanige invloed van een stof, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kan verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht.
Met andere woorden: je mag geen voertuigen besturen als je onder invloed bent van een medicijn dat je rijvaardigheid vermindert. In de praktijk is de bewijslast een probleem:
Bepaalde ziekten en aandoeningen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden, bijvoorbeeld epilepsie. Medicijnen kunnen er dan voor zorgen dat de rijvaardigheid verbetert.
Het Centraal Bureau voor de Rijvaardigheid (CBR) beoordeelt of iemand lichamelijk en geestelijk in staat is om een motorrijtuig te besturen. De eisen staan genoemd in de Regeling eisen geschiktheid 2000. Bij de aanvraag van een rijbewijs moet je daarom een Eigen verklaring invullen. In deze verklaring moet je problemen met je gezondheid melden.
In Nederland bestaat geen meldingsplicht van problemen met de gezondheid voor mensen die hun rijbewijs al gehaald hebben.